Voordelen / Nadelen van castratie (sterilisatie) van de teef
In de volksmond spreken we bij teven over ‘sterilisatie’. Eigenlijk is deze benaming onjuist omdat beide eierstokken worden verwijderd. Daarom is het eigenlijk net als bij de reu een ‘castratie’.
Voordelen:
Verminderde kans op melkkliertumoren:
Uit onderzoek is gebleken dat een gecastreerde teef 4x minder kans heeft om aan melkkliertumoren te overlijden dan een niet-gecastreerde teef. Het is zelfs bewezen dat wanneer teven vóór 2,5-3 jaar leeftijd gecastreerd worden, de kans op melkkliertumoren minder dan 1% is. Dit betreft zowel de goedaardige als de kwaadaardige tumoren. Wanneer teven na het 3e levensjaar worden gecastreerd voorkomen we wel de groei van goedaardige tumoren, maar blijft de kans op kwaadaardige tumoren.
Wij adviseren de castratie ongeveer 3 maanden na de 1e loopsheids te laten uitvoeren. Elke keer dat de hond vaker loops wordt, zal dat de kans om op latere leeftijd melkkliertumoren te ontwikkelen vergroten.
Geen eierstoktumoren:
De eierstokken worden in alle gevallen van castratie verwijderd. Er kunnen dus geen tumoren meer op ontwikkelen.
Geen baarmoederonsteking (pyometra):
Na de castratie loop je geen risico meer op een baarmoederontsteking. Ook wanneer enkel de eierstokken worden verwijderd en de baarmoeder is blijven zitten, wordt het risico hierop bijna 0.
Door het weghalen van de eierstokken stopt de progesteronaanmaak. Zonder progesteron wordt het baarmoederslijmvlies niet meer opgebouwd, de baarmoeder blijft rustig en dun, en het afweersysteem in de baarmoeder is sterker waardoor bacteriën nauwelijks meer kans hebben om zich te nestelen.
Geen schijnzwangerschap:
Na castratie kan de hond niet meer schijnzwanger worden. Sommige teven worden na de loopsheid schijnzwanger. Ze krijgen dan nesteldrang, kunnen melkproductie krijgen en hebben last van stemmingswisselingen.
Geen loopsheid/ongewenste dekking:
Gemiddeld wordt een teef 2x per jaar loops. De loopsheid duurt 3 weken. In deze weken kun je druppels bloed in huis vinden en zijn ze aantrekkelijker voor de reu. Dit is ook de periode waarin een teef gedekt kan worden. Na castratie stopt de loopsheid en heb je ook geen kans meer op ongewenste dekkingen.
Suikerziekte (diabetes):
Progesteron, een geslachtshormoon, bemoeilijkt het instellen van een therapie bij dieren met suikerziekte. Bij teven die nog niet gecastreerd zijn en die om wat voor reden dan ook diabetes ontwikkelen adviseren we juist castratie, omdat we dan geen problemen ervaren van de progesteronspiegel.
Nadelen:
Dikker worden:
Na de castratie verandert de stofwisseling. Hierdoor heeft de teef vaak iets minder calorieën nodig na de castratie om op hetzelfde gewicht te blijven. Wanneer je direct na de castratie ietsje minder gaat voeren kun je dit prima voorkomen en hoeft dit dus absoluut geen nadeel te zijn.
Vachtverandering:
Aangezien geslachtshormonen invloed hebben op de vacht zien we soms dat bijv. de ondervacht wat dikker/doffer wordt of dat de vacht van structuur verandert (krul wordt bijv. slag, of een gladharige vacht wat golvend) na een sterilisatie. Of dat gebeurt is helaas niet op voorhand te voorspellen. Sommige rassen zijn er wel iets gevoeliger voor dan andere rassen zoals Spaniëls en Retrievers.
Incontinentie:
Incontinentie kan ontstaan doordat vrouwelijke geslachtshormonen invloed hebben op de functie van de kringspier van de blaas. Bij een castratie halen we de eierstokken weg, waardoor de hoeveelheid vrouwelijke geslachtshormonen logischerwijze daalt. Bij een klein percentage van de teven zien we daarna dat de kringspier van de blaas niet volledig meer sluit en/of wat zwakker is, waardoor deze teven druppeltjes urine verliezen – bijvoorbeeld in hun slaap of bij opwinding. Dit gebeurt slechts bij een klein deel van de teven en niet altijd direct na de castratie; soms pas op latere leeftijd (> 8 jaar).
Natuurlijk is dit wel een vervelend probleem (met name in dagelijks management, de honden hebben er niet zozeer last van), wat gelukkig te ondervangen is met medicatie. De kleine hoeveelheid honden die we in de praktijk zien met incontinentie (al dan niet door sterilisatie) hebben we vrijwel allemaal weer volledig onder controle gekregen.
Onderzoeken hebben uitgewezen dat het percentage incontinentie bij teven door castratie met 20% verlaagd wordt wanneer de teef bij de operatie ouder is dan 7 maanden.
Gedragsproblemen:
Gelukkig komt dit nauwelijks voor, maar ook teven produceren een kleine hoeveelheid testosteron, wat o.a. zorgt voor dominant/zelfverzekerd gedrag. Met name de teven die van nature erg terughoudend of al wat angstig/agressief zijn, kunnen door castratie net het laatste zetje krijgen om (angst)agressie te gaan vertonen. Helaas kunnen we bij de teven niet op voorhand uittesten of dit zal gaan gebeuren (bij reuen kunnen we tijdelijk chemisch castreren om ditzelfde probleem te ondervangen). Vaak is het wel zo dat als een teef gewoon stabiel/vriendelijk/vrolijk is, de kans op gedragsproblemen klein is.
Ons advies:
Door alle medische voordelen en het fors verkleinen van de medische risico’s door het laten castreren van je teef, zijn wij een sterke voorstander van het castreren van de teef.
De belangrijkste reden waarvoor wij castratie van de teef wel zouden afraden is het stukje gedragsprobleem, bij de wat angstige/agressieve teefjes.
Wij adviseren om de teef 1x loops te laten worden, zodat ze al wat verder uitgegroeid/ontwikkeld is, en de castratie dan ongeveer 3 maanden/100 dagen na de loopsheid in te plannen. Dit is het meest optimale moment omdat de baarmoeder/eierstokken dan wat rustiger en minder doorbloed zijn. Liefst opereer je niet in de maand voor of in de maand na de loopsheid.

